Column: Etiket slibt dicht

 

Pas terug uit Frankrijk vroeg een van onze volgers of Franse wijnetiketten ‘tekstueel’ nog verder gaan dichtslibben. Aan die ontwikkeling hebben wij eerder aandacht besteed, nadat we kennis hadden genomen van wat er zoal aan echte en verzonnen kwaliteitscertificaten in omloop is. We herhalen die informatie, omdat er ook eerder vragen over zijn binnengekomen.

 

 

 

‘Is er straks nog ruimte om verplicht op wijnetiketten te melden wat er allemaal in zo’n wijn zit? Dat moet straks van de Europese Unie, die al eerder heeft toegestaan dat er meer dan 60 ‘additieven’ kunnen worden gebruikt om wijn op te peppen. Daarmee heeft Brussel in feite z’n eigen etiket-probleem geschapen. Iedere toevoeging moet straks worden vermeld. Behalve de geheime, want die zijn er ook. Ze worden voor de gisting in de most gekieperd en zijn dan met geen mogelijkheid meer te ‘detecteren’. Op die manier worden er ‘kwalitatieve’ wijnen gemaakt die het zonder die trucs nooit geworden zouden zijn. Geen proef-expert die onlangs ook het verschil kon vaststellen tussen echte wijn en gearomatiseerd namaakspul waaraan geen druif te pas was gekomen.

 

Maar terug naar dat etiket. Dat raakt straks overbevolkt. Want bijna maandelijks komen er wijnhuizen bij die zich van andere willen onderscheiden door een keurmerk of een garantiezegel. Daarvan zijn er inmiddels honderden in omloop. Gericht op de internationale wijnmarkt of uitsluitend op een enkel land. Met al dat onderscheid proberen de bedenkers positief op te schuiven in de aandacht van wijnconsumenten die van niks weten en zich van alles laten wijsmaken als zo’n merk of zegel er maar indrukwekkend genoeg uitziet. Daar zit aardig wat nep bij. Van die stickers die de afzender zelf heeft verzonnen en nergens officieel zijn aangemeld, laat staan ooit ‘erkend’. Daar wordt extra geld mee verdiend. Die opgeplakte ‘garanties’ of kwaliteitsleuzen pretenderen iets goeds voor het milieu of de wijndrinker zonder dat dit bij gebrek aan een onafhankelijke autorisatie of controle ooit bewezen is.

 

Literse flessen

Daartegenover kennen we ook tientallen bonafide keurmerken en zegels. Denk aan Demeter, Ecovin en het Europese keurmerk voor biologische wijn. Of neem de sustainability-zegels voor Zuid-Afrikaanse en sinds kort ook Californische wijnen die onder meer een duurzaam energiegebruik willen uitdragen. Alleen al in een wijnland als Frankrijk struikel je over al die aanbevelingen die lang niet altijd een nationale meerwaarde bieden omdat het de consument duizelt. Zelfs in polderland zijn al wijnboeren bezig zich met hals-stickers op flessen te onderscheiden van het alledaagse grauw.

 

Als al die verplichte tekst straks op een etiket moet en daarbij dan ook nog al dat bijzondere moet worden geteld waarmee wijnaanbieders het verschil willen maken, kunnen we op verkooppunten naar ik vrees niet meer zonder wijnduiders. Die zullen dan zin en onzin van die ‘garantie’-competitie duidelijk moeten maken. En we zullen op z’n minst naar literse flessen moeten. Anders is er onvoldoende plaats om ook al die veganisten aan bod te laten komen die er nu weer een V-label hebben doorgedrukt. Houdt in dat hun wijn niet is geschoond met dierenbloed, eiwit of visresten. Zelf zou ik eerder hebben ‘geopteerd’ voor een WD -sticker, die mij ervan verzekert dat er wijn van Waarachtige Druiven in de fles zit. Maar ja, wie durft dat in deze ‘epoque’ van de nep nog te garanderen?’