Vertaal/translate

Dutch English French German Italian Portuguese Russian Spanish

We hebben 260 gasten en geen leden online

Unieke bezoekers

6130875
Vandaag
Gisteren
Deze week
Vorige week
Deze maand
Vorige maand
Alles vanaf 22 maart 2012
614
3463
14368
13249
26161
442528
6130875

Uw IP: 3.234.252.109
13-06-2021 09:20

Column: Teveel competitie

Over het aantal en het niveau van wijnconcoursen is al het nodige gezegd. Er zijn rondreizende circussen van ‘juryleden’ uit het ons-kent-ons-circuit die wijnboeren op hun ingezonden flessen beoordelen. En er zijn gelegenheids-jury’s die wijnen van importeurs van bling voorzien. Tot zelfs in 16 verschillende categorieën. Jaarlijks komen er concoursen bij. Zelfs gewijd aan één enkel druivenras.

 

 

 

Miljoenen

Er zijn dus teveel wijnconcoursen. Maar wie er brood in ziet, laat zich er niet door weerhouden. Zie je kans om importeurs of wijnboeren zo gek te krijgen om tegen een (meestal pittig) jureringstarief honderden wijnen in te sturen, dan kun je er een aardige stuiver aan overhouden. Illustratief voorbeeld: de Mondial van de Waalse familie Havaux. Die haalde de laatste jaren zo bruto enkele miljoenen binnen. Daar moeten uiteraard alle salarissen, organisatiekosten en risico-dekkende premies nog af, maar dan nog mag de familie zich verheugen in een aardige netto-opbrengst, deels ook uit de reclame. En hoe meer ‘prestige’ zo’n concours heeft opgebouwd, des te meer wijnen er voor worden ingestuurd. Want wie met succes naar de bijbehorende medailles heeft gehengeld, denkt daar vervolgens in de eigen flesprijs weer z’n voordeel mee te kunnen doen.

 

Veel wijnvolk dat inmiddels is genomineerd, is daarna bling-jager geworden en aast op prijzen van andere wijn-‘events’, of ze nu ‘challenges’ of competities heten. Daar vallen die concours-schuimers vaak gemakkelijker in de prijzen omdat er minder wijnen ter beoordeling worden aangeboden. Of omdat de kwaliteit van de jury toelaat dat er 'genereus medailles worden toegekend. Keerzijde van deze gang van zaken is dat er hollende inflatie optreedt. Wie in Parijs goud verdient, hoort bij de 33% van degenen die op voorhand al op bling mogen rekenen. Want 1 op 3 is de gebruikelijke norm voor eremetaal. Zou dat minder royaal zijn, leert de ervaring, dan blijkt zo’n concours veel minder in trek en bespaart het de wegblijvers geld.

 

Medailles kunnen, als uiting van kwaliteitswaardering en al naar gelang de ‘status’ van het concours, aanzienlijk in waarde verschillen. Het is ook niet uitzonderlijk dat een elders bekroonde wijn bij een andere competitie niet eens een eervolle vermelding krijgt. Dat doet zich zelfs voor bij competities met een internationaal karakter. Dezelfde wijnen verslepen van Parijs naar Londen of Berlijn biedt geen enkele garantie voor gelijkwaardige waardering. En soms moet de organisatie wat ‘bijsturen’ als de jury met zijn beoordelingen die 33 % bling niet dreigt te halen. De criteria worden dan wat soepeler.

 

Naambekendheid

Waarom komen er dan nog steeds concoursen bij? Ten eerste om er naambekendheid mee te vestigen. En vervolgens omdat de organisatie ze als verdienmodel ziet. De deelnemers houden er hoogstens de medaille aan over die bewijst dat hun fles tot de ‘beste’ inzendingen hoorde. En als er dat maar een paar honderd waren, is de betekenis van zo’n nominatie navenant.

 

Bij ons treedt dat verschijnsel ook op. Naast het nationale concours werkt een concurrerend wijntijdschrift nu ook met deel-concoursen. In de loop der jaren heeft de club daarachter steeds meer ‘prijswinnaars’ in subcategorieën bij elkaar geharkt. Wat die gelukkigen hebben gewonnen gooien ze dan weer in de promotie. In de verwachting dat het bij de verkoop helpt. Zou het? Is daar ooit overtuigend onderzoek naar gedaan?

 

Zo draait het hele circuit maar door. Geld moet rollen. En uiteindelijk is er maar één winnaar. Dat is degene die topwijn levert en het daarom niet nodig heeft te investeren in het prestige dat hij al heeft. Aanstormers moeten dat nog maar zien te bewijzen. En dat lukt zelden met laaghangend bling.