We hebben 209 gasten en geen leden online

Unieke bezoekers

3904009
Vandaag
Gisteren
Deze week
-
Deze maand
Vorige maand
Totaal vanaf maart 2013
706
1635
9051
1253560
9051
58628
3904009

Uw IP: 34.204.193.85
06-06-2020 10:33

Column: Spraakvervuiling

Jongeren vanaf 15 jaar begrijpen eenvoudige teksten niet meer. Want ze lezen te weinig, waardoor hun woordenschat armzalig mager is. Laatst liet ik er een zo’n wijnverheerlijking van Larie Franz van De Wijnbeurs lezen. Na twee zinnen gaf-ie het al op. Te moeilijk. Woorden die hij nog nooit had gezien.


Maar wat die jeugd wordt verweten, hebben de critici grotendeels aan zichzelf te danken. Want die maken er zowel in het onderwijs als in het maatschappelijk leven een rommeltje van. Iedere dag hoor je op de radio of de buis dat ze met de taal geen raad weten. Gebrabbel, gestuntel met verminkte en bij elkaar geknutselde uitdrukkingen, het is aan de orde van de dag. En de wijnwereld is daarvan een afspiegeling.

 

Ik hoorde of las:

  • ‘Dat glas, DIE staat daar in de weg’.
  • ‘Het wijnfestival DIE gisteren werd geopend, heeft maar weinig publiek getrokken’.

Inmiddels vindt het hele land dit soort taal gewoon. Met de politici en de televisiekliek als koptrekkers. ‘Het proefboekje DIE daar lag, stond vol onleesbare aantekeningen’.

 

Waarom deint dom en slim mee op die golf van spraakonbenul?

 

Meerledig antwoord:

  • Omdat we rolmodellen en hotemetoten imiteren die maar raak stamelen.
  • Omdat nieuwkomers die verschillen bij inburgering amper bij te brengen zijn.
  • Omdat het taalonderwijs zorgwekkende lacunes vertoont.

 

E-mail van een wijnbesteller:

  • ‘Graag weer zo’n doos DAT ik eerder lekker vond’.

 

Al die invloeden kalven de regels af die hoogst geleerde ’grammatici’ het volk ooit hebben opgelegd.

 

Voornaam woord

Ook bij de juf en de meester moesten regels er destijds op de toenmalige 'kweekschool' worden ingestampt. Maar omdat verplicht stampen in onze taal-vrijstaat als geestelijke folter wordt ervaren, zijn de onderwijzers-, pardon lerarenopleidingen, daarvan afgestapt. Dus brengen juffen en meesters hun leerlingen al jaren niet duidelijk aan het verstand wat een ‘voornaamwoord’ is, door grappenmakers ook wel gespeld als ‘voornaam woord’. En hoe dat foutloos wordt gebruikt is een hele generatie al vergeten. Laat staan dat ze zich nog dit rijtje herinneren: persoonlijk voornaamwoord, bezittelijk voornaamwoord, betrekkelijk voornaamwoord, aanwijzend voornaamwoord, vragend voornaamwoord, wederkerig voornaamwoord en onbepaald voornaamwoord. Iedere leraar die daar op het VMBO mee aankomt, staat in de kortste keren voor een lege klas.

 

Wat is nou precies de definitie van ‘voornaamwoord’? Ouderen herinneren zich misschien nog dat er ‘bezittelijke’ voornaamwoorden zijn. Zoals ‘mijn’ in mijn fles. Maar het jongere volk maakt van ‘dat’, dat bij ‘het’ hoort, voortdurend ‘die’ dat bij ‘de’ hoort. Die lichting worstelt dus met het ‘betrekkelijk' of  'aanwijzend' voornaamwoord’, zonder door te hebben dat het daarom gaat. En niet alleen zij. Luister maar naar de kliek van politici met in hun kielzog de 'non-print'-media-hotemetoten.

 

Definities

Geen wonder dat taalgeleerden van twee Nederlandse en twee Vlaamse universiteiten een jaar of vijf geleden zijn begonnen de Algemene Nederlandse Spraakkunst, de taalbijbel voor ons en het Vlaamse broedervolk, toegankelijker en bruikbaarder te maken. Dat karwei zou intussen moeten zijn geklaard. En dan zouden we ook voorgoed af moeten zijn van voornaamwoord- definities zoals in de Dikke Van Dale, waarmee een schoolkind geen kant op kan.

 

Ik citeer:

’Woord dat personen en zelfstandigheden aanduidt, zonder ze te noemen, en ook betrekkingen kan uitdrukken'

En dat is dan al een stuk ‘simpeler’ dan wat het Taalgezag eerder aan transparants bij elkaar had gesprokkeld:

‘Het voornaamwoord kan grofweg worden gedefinieerd als een vrij morfeen dat verwijst naar iets anders dan al dan niet in dezelfde zin wordt genoemd, dat wat verwijst naar een buitentalig element binnen het perspectief van die spreker’.

Zelfs met een goed glas wijn erbij is dit taalbrouwsel niet te doorgronden. Is het dan verwonderlijk dat slecht geïnformeerd volk z'n eigen taalparcours kiest, waarbij de straat steeds maatgevender wordt?

 

Bent u daar nog ? Of hebt u inmiddels DAT lege wijnfles al naar de glasbak gebracht?