We hebben 217 gasten en geen leden online

Unieke bezoekers

3952106
Vandaag
Gisteren
Deze week
-
Deze maand
Vorige maand
Totaal vanaf maart 2013
501
1437
501
1311423
8212
48936
3952106

Uw IP: 34.204.198.244
06-07-2020 07:44

Column: Babbelende bessen

Ze springen uit het glas, die rozijnen. Proef zelf maar. Zei de vers aangetreden verkoper in een wijnwinkel bij mij in de buurt. Ik proefde. En inderdaad: geen rozijn te bekennen. Ik las de proefnotitie: hoekige neus, gedroogd fruit, 'talmende' voortzetting en lang. Daar moest je het maar mee doen. Vroeger stonden ( toen nog papieren) wijngidsen vol met dat soort ‘karakteristieken’. Als je die wou verkopen moest je als gidsvuller wegblijven van moeilijke omschrijvingen die geen hond iets zeiden. Sommige auteurs zetten dat ook altijd in hun voorwoord: we houden het simpel om de consument niet in verlegenheid te brengen.

 

 

 

Anders zouden die schrijvers wel eens op hun pover wijnvocabulaire kunnen worden afgerekend. Ze hadden wat dat betreft veel meer in hun mars, maar bewaarden dat uitsluitend voor connaisseurs en wijnbegrijpers die elkaar graag overtroefden in vaak aanstellerige wijntaal. Ze hadden het ooit over zomerbriezen die langs achterdeuren de ‘wijnmood’ in actie lieten komen. En meer van dat bloemrijks.

 

‘Uit de bijstand’

Die situatie doet zich dezer dagen minder voor. Wie nu taalkundig gesproken aan ‘wijnstijl’ doet, is óf een adept van de oubollige school of een vernieuwer die in z’n originaliteits-ijver van wijnomschrijvingen bevalt waarvoor podium-poëten zich niet zouden schamen. Wat denk je van deze super-moderne: 'De geur van babbelende bessen, schorre kersen en onderdanige granaatappel, fruit dat op het palatum tussen ingetogen hout en gladgestreken tannines woont en op die manier de zuren uit de bijstand houdt'. Ja maar, je moet toch iets over zo’n wijn kunnen zeggen om hem al of niet aan te bevelen, zei laatst een collega. En iedereen heeft daar z’n eigen taal voor.

 

Oud cliché’s

Was dat maar zo. Die ‘eigen taal’ heeft voor de 'oudere' school een beperkte bandbreedte. Bestaat uit een gering bereik aan trefwoorden. En roept een sfeer op die eerder bij Eau de Cologne past dan bij wijn. En omdat originaliteit niet ieders sterke punt is, blijft het gerieflijk vluchten in vertrouwde cliché’s, die gesmeed aan een snedig adjectief het ‘capriccio’ van de conservatieve wijnbroeders actief houden. En zo lezen we dan dat een wijn 'ingetogen' van geur kan zijn, naar appels en kweepeer riekt, filmend is ‘maar’ compact blijft, de ideale ‘breedte’ niet overschrijdt en zich meer intens dan krachtig presenteert. Wie met z'n palatum niet verder komt dan mottenballen blijft niets anders over dan toe te treden tot het volgers-peloton van de vernieuwers. Maar of je nou zo gelukkig moet zijn met de typering dat een wijn kwijlend verteerbaar is? Of geengezeurrood, dat gromt, niet bijt, maar wel hees fluistert van blauwe pruimen?

 

Verschillend

Wie een beroep doet op iemands voorstellingsvermogen, gebruikt daar liefst beeldspraak bij. Maar niet iedereen vertaalt die naar zijn persoonlijke wijn-‘beleving’. Wat de een door z'n lijf hoort zingen, kan voor de ander een bezoeking zijn. Genetisch blijven we verschillend, ook in onze wijze van (wijntekst) ervaren. Reden waarom je je kunt afvragen wat het nut van proefnotities is. Je leest ze vluchtig. Maar wie kan ze na een week nog recapituleren? Hoogstens hebben ze (voor de wijninfanterie) een indicatieve functie. Of, zoals een wijnkennis onlangs zei: ‘Als die man complimenteus is over een wijn, dan is-ie voor ons te zuur. Daar kun je donder op zeggen’.