We hebben 47 gasten en geen leden online

Unieke bezoekers

3632700
Vandaag
Gisteren
Deze week
-
Deze maand
Vorige maand
Totaal vanaf maart 2013
1545
1416
7845
980179
45927
57944
3632700

Uw IP: 18.207.240.35
24-01-2020 21:14

Column: Zoet als verdienmodel

 

Aan het eind van het jaar waarin, behalve klimaatgrillen, op wijngebied weinig schokkends is gebeurd, is mij deze vraag gebleven: "Hebben zogeheten millenials nog wel voldoende smaak om een échte wijn te waarderen?" Wijnfilosofen en critici die zichzelf tot Wijngezag hebben verheven, houden zich daar al enige tijd mee bezig.

 

 

Ze roepen dat wijnboeren hun oren teveel laten hangen naar de generatie die met cola en ander suikergoed is opgevoed. Gecombineerd met vette happen die met allerlei nog vettere sauzen papillen ruïneren en slokdarmen teisteren. Cola is trouwens maar één van de frisdranken die het bestaan van het millenium-wezen heeft verzoet. In de schappen van supermarkten zie je hoe zich dat heeft vertaald in een sap-industrie die nog dagelijks nieuwe fratsen bedenkt en daarmee aantoont dat het zoete ‘light’ minder ‘licht’ is dan het lijkt en daarmee de natie zoet houdt. Vandaar een daarop afgestemde 'transitie'- knieval van het type wijnboer dat z’n verdienmodel koestert en dit onderbouwt met de vergoelijkende leuze: ‘Wij maken wat de markt vraagt’.

 

Weinig verschil

Hij had moeten zeggen: een deel van de markt. Want ‘ware’ wijnliefhebbers hebben het niet zo op gemanipuleerde wijn, waarin niet de druif maar de trukendoos de dienst heeft uitgemaakt. Die kiezen voor wat de natuur met de wijnstok pleegt uit te halen. En dat daar jaar voor jaar andere resultaten uitrollen, zien ze als een scheppingsverschijnsel dat onder geen beding ooit cosmetisch moet worden ‘bijgestuurd’. Intussen snelt de discussie wereldwijd voort. Hoor wat voor- en tegenstanders van ‘natuurlijke’ wijn te berde brengen, nadat ze eerst langdurig over de definitie van het begrip in de slag zijn geweest. Zelfs de New York Times heeft zich al in het lopende debat gemengd. Daar heeft Eric Asimov de boel nog eens stevig opgeschud door stelling te nemen tegen de opvatting: breng de nieuwe generatie aan de wijn door ze op de zoetlijn te houden. Hij gaat tekeer tegen visies die ervan uitgaan dat er ‘nog weinig verschil’ is tussen een fine wine en commercieel spul als er chemie wordt gebruikt om fouten te verbloemen.

 

Surrogaat

Manipulatie en toevoegingen hebben het niveau van de wijn nooit verbeterd, al geloven wetenschappers heilig in hun positieve bijdrage daaraan. Het gegoochel met texturen, geuren en alcoholreductie leidt eerder tot een frisdrank-effect dan dat het de wijn naar een hogere klasse tilt. Asimov betoogt dat erfgoed en traditie een hoogwaardiger expressie van wijncultuur hebben opgeleverd, dan een nep-Napa-Cabernet die met behulp van pompen en poeders, eiken-hagelslag, aroma-barende kunstgisten en god weet wat voor enzymen de fles is ingegaan.

 

Hoe minder manipulatie, hoe beter. Meelopen met de consumentenhorde zonder veel ‘wijnverstand’ levert massaproductie op die het nooit zal winnen van geografische expressie en de hand van de wijnboer. Een wijn die niet ‘mysterieus’ is, niet het product van onvoorspelbare natuurwendingen, blijft surrogaat. En omdat millenials dat zelf ook niet willen zijn, kan die gekweekte, commerciële zoethouderij maar beter worden genegeerd. Echte wijn laat zich niet mishandelen. Opvattingen over wat daaronder vandaag wordt verstaan wèl.