COLUMN: Gifvrije wijn

Lobbyisten. Daar is ook de ‘wijnindustrie’ van doordrenkt. Je hebt ze in allerlei soorten. De bekendste zijn de verdedigers van wijn als cultuurgoed. Die vinden dat gezondheidsridders en wijn-afraders zich te fundamentalistisch afkeren van een ‘gezellig’ glas wijn. Met die wijncultuur zijn duizenden arbeidsplaatsen gemoeid. In Frankrijk is wijn zelfs de tweede pijler onder de nationale economie.

 

 

De oppositie bestaat uit wijnhaters. Lieden die er hun beroep van hebben gemaakt allerlei enge ziekten te associëren met wijn. Zelfs als je daar maar één glas per dag van drinkt. En de derde categorie bestaat uit wijnbroederschappen en aanhangers van het Bourgondische activisme die zich het 'plezier' van een glas wijn niet laten ontnemen. Ze leven vermoedelijk iets korter. Maar dat minutenwerk, vinden ze, is geen straf. Omdat de ‘convivialiteit’ en de ontspanning die goede wijn kan bieden dat rijkelijk compenseert.

 

Specialiseren

 

Wijnlobbies gaan zich de laatste tijd hoe langer hoe meer specialiseren. Zo is er in Frankrijk één opgekomen tegen het Europese verbod om meer dan 4 kilo koper per wijngaard-hectare te spuiten om parasieten en schimmels buiten de deur te houden. Die lobby vindt dat te weinig. Vooral bio-boeren zitten ermee. Als die 'gekort' worden op de eerder toegestane hoeveelheid Bordeauxse pap, is wijn maken niet langer rendabel, houden ze vol. En juist bio-wijnen worden steeds meer gevraagd nu de consument zich steeds 'gezondheids-bewuster' laaft.

 

Frankrijk, de Elzas voorop, is bezig met een versnelde transitie naar bio-wijnen. Tussen 2017 en 2018 nam het aantal gecertificeerde wijngaarden met 20% toe. Goed 12% van de wijnproductie mag zich nu biologisch noemen. En dat deze teelt steeds meer de norm wordt, ondanks de zijsprongen daarbinnen, staat -gegeven de vraag- wel vast. Hoe noodzakelijk dat is, hebben allerlei incidenten intussen aangetoond. Er zijn ook al maatregelen genomen tegen gif-spuiterij in de buurt van scholen en tegen onbeschermd, risicovol werk in 'chemisch' op gang gehouden wijngaarden. Er zijn erbij waar zes tot acht keer per jaar met gevaarlijke bestrijdingsmiddelen wordt gesproeid.

 

Alarmerend

Gilles-Eric Séralize, pesticiden-specialist van de universiteit van Caen, heeft al vaker gewaarschuwd tegen lobbyisten die 'gewasbeschermers' uit de wind willen houden. Hij toonde aan dat in één liter conventionele wijn 293 microgram aan pesticiden zit. Dat is 2930 keer de maximale dosis die in drinkwater is toegestaan. Hoe die zich zouden kunnen verbinden met allerlei andere toegestane 'toevoegingen' en met welke gevolgen, is nog een braakliggend onderzoekterrein. Er zijn daarover tenminste nog geen relevante studieresultaten bekend. Maar die hoeveelheden zijn hoogst abnormaal, vindt genoemde wetenschapper, 'zelfs als we minder wijn dan water drinken'. Zijn publicaties zijn binnen de wijnindustrie niet bepaald populair, omdat de wijnconsument daarmee drinkschuw zou worden gemaakt. Liever schermen ze daar met de 'toegelaten' porties wijnvertroebelaars die de Europese Unie heeft vastgesteld en waarmee iedereen binnenboord kan worden gehouden.

 

Geen plaats

In Frankrijk gaat 20% van de nationale hoeveelheden gebruikte pesticiden naar wijngaarden. Daarmee raakt ook de bodem uitgeput, zodat er straks weer meer chemie aan te pas moet komen om een 'redelijke' wijnoogst te krijgen. Dat is de reden dat steeds meer beroepsorganisaties van wijnboeren plannen voorbereiden voor een 'gezondere' wijnbouw. Daarbij komen behalve minimaal sproeien ook hitte-en schimmelresistente druivenrassen in beeld, die voorheen verboden waren. Langzamerhand beweegt ook het Franse staatswijninstituut INAO, dat doorgaans traag achter de feiten aanliep. Waarmee een toekomst kan worden voorzien die geen plaats meer biedt aan wijnboeren die zonder gifspuit niet kunnen overleven.

 

De versnelde overgang van 'traditioneel' naar bio markeert de weg daarheen.