Column: Licht gezien

 

Gevorderd inzicht heeft zich nou ook meester gemaakt van wijnmakers in het Portugese Alentejo. Of liever gezegd van hun bazen die meer tijd hebben om na te denken over manieren om nog meer flessen van de vulmachines in de kartons te laten rollen. Normaal heeft deze regio weinig last van hersenbevingen met erupties van scheppend wijnintellect. Alles gaat z’n gangetje. De Portugees werkt niet al te graag, verzekeren inboorlingen mij bij herhaling. En nu er ook nog eens een kwart van de banen is geschrapt, valt er deze februari een bedaard tempo in de samenleving waar te nemen. Peinzers op banken langs de weg. Schuifelaars naar de dagelijkse boodschappen. Studenten in Evora die er graag wat langer over willen doen. Een enkel gehaast grijs pak uit de afgezwakte dienstverlening. En sterk gedimd gemotoriseerd verkeer. Over de rivier de Taag draait het leven nog twee tandjes minder. Zo goed als geen toerisme. Verspreide groepjes wijngaard-snoeiers. Mistige ochtenden in witte dorpen.Verraderlijk middaglicht. En een kille wind die de gevoelstemperatuur naar even boven het vriespunt brengt.

 

Verschil


Weinig speling ook in de status quo sinds een Germaanse ziener, geheten Böhm, de beruchte Portugese bureaucratie van zich afhield en eerder verboden noordelijke druivenrassen naar het zuiden praatte. Zij het niet als DOC (appellation), want standsverschil moest er blijven, maar als ‘Vinho Regional’. Die rassen maken sinds de jaren negentig opgang in de ‘Alentejanos’, waarvan een sterke minderheid als ‘monocépage’ door het leven gaat. Jaren later moest er opnieuw een buitenlander aan te pas komen om de wijnboeren uit hun commerciële routine te halen. En voor te houden dat hoge zomertemperaturen funest zijn voor progressief denken.

Deze keer was het de Deen Hans Kistian Jörgensen, die in Vidigueira de familiewijngaard Cortes de Cima begon. Hij was al achter een heuvel gaan zitten om meer vocht en minder hitte in z’n wingerds te krijgen dan z’n concurrenten. Overdag brandt de zon ’s zomers en in de hete herfst zo’n 45 graden hitte de bodem in. Die wordt als het ware geabsorbeerd en ’s nachts weer afgestaan. Daarom zie je daar de trossen een flink eind boven de grond hangen. Daarmee wordt voorkomen dat ze- om het eens wat aangezet te formuleren- als halve garen worden geoogst.

 

Naar zee


Hans wilde daar eigenlijk wat anders op verzinnen. En al mediterend in de koelere dreven van zijn wijngoed kreeg hij een visioen, dat in de Alentejo nooit eerder over een wijnboer vaardig was geworden: de wijnbouw zou moeten opschuiven. Richting zee. Want hoe dichter bij de Atlantische Oceaan, waaraan een aardig stuk van de regio grenst, hoe koeler het klimaat.

Hoe komt zo’n man erop! Wat hele generaties wijnboeren buiten Alentejo al decennia weten, drong nu óók door tot deze begaafde denker. Verplaats je wijngaard naar zee. In het rijp- en oogstseizoen is het daar gemiddeld 10 graden koeler. En iedereen weet wat dat voor zuren en alcoholpercentages betekenen kan.

 

Wakker


Hans verraste vriend en vijand met deze nieuwe benadering. Zelfs zijn oenoloog Hamilton Reis sprak er afgelopen woensdag op de ‘herdados’ nog vlammend over, toen wij ons daar, als wijnjournalisten onder elkaar, te buiten gingen aan het uitspugen van de kostbaarste sappen. Wie had dat ooit gedacht: zomaar 10 graden eraf . Zodra deze visie was doorgebroken onder wijnvolk met achterstallig breinonderhoud, sloeg de imitatiedrift toe. Met als gevolg dat de koelte-gekte nou al om zich heen grijpt. Goed, de wijnen krijgen er straks een karakteristiek bij: ‘ziltige aanzet’. Maar wie weet wat de restsuiker-artiesten daar weer tegen uitvinden. En tenslotte gaat het toch om de vooruitgang, nietwaar?

In het overbezonde Alentejo hebben ze nou eindelijk het Licht gezien.