We hebben 212 gasten en geen leden online

Unieke bezoekers

3172936
Vandaag
Gisteren
Deze week
-
Deze maand
Vorige maand
Totaal vanaf maart 2013
1289
2027
4981
524876
41109
56038
3172936

Uw IP: 34.207.82.217
22-05-2019 16:35

Column: Wijn-hersens

Drink jij het er vanaf? Die vraag hoor je vaker van wijnconsumenten die een wijn ‘te duur’ vinden voor wat hij aan ‘beleving’ biedt. Dan gaan ze uitrekenen wat 1 glas Mouton Rothschild 2015 kost. De conclusie ligt voor de hand: Daar is, behalve voor internet-rijkaards en patsers, geen beginnen aan. Maar wat verstaan we eigenlijk onder ‘duur’? Er zijn wijn-‘critici’ die het verschrompelde idee koesteren dat een wijn die deugt nooit ‘te duur’ kan zijn. Die moeten, vind ik, zo’n fles dan maar in hun eentje soldaat maken. Een andere categorie bestaat uit lieden die de ‘duurste’ wijn de beste vinden, ook al kost die weinig maar is ie, tussen andere flessen, het vetst geprijsd. Dat weten we, na allerlei proeven met studenten, al jaren. En nog geregeld worden we lastig gevallen met berichten op achterlopende blogs waarin de uitslag van dit soort experimenten als actueel ‘snobbisme’ wordt gepresenteerd.

 

Zelfbedrog

Dezer dagen werd een studie van de universiteit van Bonn openbaar over hetzelfde onderwerp. Maar dan met een extra dimensie. De geleerden houden vol te hebben vastgesteld welke hersengebieden betrokken zijn bij het zelfbedrog van proefpersonen die vinden dat goedkope wijn met een duur prijskaartje beter ‘smaakt’ dan diezelfde wijnen met een lagere prijs. Allerlei media sprongen er bovenop en gaven een eigen 'vertaling' van die studie. Het Slijtersvakblad zette er zelfs als kop boven z’n bericht: ‘Dure wijn smaakt beter’, hetgeen in feite betekent dat dit blad de strekking voor eigen rekening neemt, terwijl het toch beter zou moeten weten. Want die wijn LIJKT hoogstens beter te smaken, maar doet het in werkelijkheid niet.


Samen met de INSEAD Business School wilden de Bonner geleerden weten hoe een (gefingeerd) hogere prijs de verwachting wekt dat de smaak dat reflecteert. Daartoe legden ze 15 vrouwen en evenveel mannen in een MRI-scanner, die met behulp van een tube 3 maal een milliliter van dezelfde wijn te drinken kregen. Tevoren hadden ze de (verzonnen) flesprijzen kunnen zien: 3, 6 en 18 euro. In werkelijkheid ging het om een fles van 12 euro. De proefervaringen gaven de deelnemers aan met een druk op de knop. Uit de scans viel te lezen dat twee hersengebieden ( voor de liefhebbers de prefrontale cortex en de striatum ventrale) bij de beoordeling betrokken zijn, waarbij het ene het andere als het ware bedriegt. Het eerste vergelijkt de verzonnen prijzen en wekt op basis daarvan smaakverwachtingen. En het tweede, ook wel bekend als het beloningscentrum, geeft je een aangenaam gevoel als je een zogenaamd dure wijn drinkt.

 

Meer oefenen

Typerend voor dit onderzoek is dat de proefpersonen zich kennelijk zonder uitzondering lieten bedonderen op grond van onwerkelijke prijzen. Er zat er niet één tussen die liet weten geen verschil tussen die drie gepresenteerde wijnen te proeven. En dan nemen we maar aan dat die slokken op dezelfde temperatuur uit die proeffles kwamen. Dat resultaat betekent niet dat er geen andere uitslag mogelijk zou zijn geweest. Kennelijk hadden we bij dit experiment te maken met argeloze wijndrinkers die onvoldoende bedreven waren in onderscheidend proeven en zich door prijskaartjes lieten misleiden. Professionals zou dat minder gemakkelijk overkomen zijn. Dat stelden de onderzoekers na hun bevindingen trouwens ook zelf vast.

 

Want wat hebben we hiervan geleerd?, was de slotvraag. Dat er wel degelijk iets aan dat hersenbedrog kan worden gedaan. Wie daarvan af wil, moet intensief z’n palatum trainen.

Dat bracht mij tot de vraag of de leugendetector nog toekomst heeft.