Wie weet nog van wijn?

Welke dienbladridder weet er nog iets van wijn? Restaurantklanten ervaren steeds vaker dat de bediening met de mond vol tanden staat als er iets over de wijnkaart wordt gevraagd. Vaak weten ze niet eens waar een wijn vandaan komt. Dat komt omdat er in de horeca te weinig geschoold personeel rond loopt. Dat wordt vaak ingehuurd bij uitzendbureaus, die zich amper met opleiding bezig houden.

 

 

Daarom probeert de horeca met allerlei lokkertjes medewerkers te werven. “In 25 jaar in de horeca heb ik het nog nooit zo meegemaakt”, zegt Eric Derksen van de Utrechtse Buurten-restaurants in het FD. Hij biedt zijn nieuwe werknemers bijvoorbeeld een personal trainer aan.

 

De horeca kampt als werkgever met een slecht imago: slechte betaling, onplezierige en lange werktijden en weinig doorgroeimogelijkheden. De branche wil daar wat aan doen. Om te laten zien hoe leuk werken in de horeca is, organiseert branchevereniging Koninklijke Horeca Nederland (KHN) op 21 mei van dit jaar de eerste Nationale Horecadag.

 

Gesloten

Op de Horecava eerder deze week lichtte KHN-voorzitter Robèr Willemsen de situatie toe. Momenteel zijn er 23.000 vacatures in de sector. Het tekort is zo nijpend, dat de afgelopen feestdagen sommige restaurants gesloten bleven. Tot 2025 zijn 60.100-67.400 mensen in de bediening nodig, aldus Misset Horeca. In 2018 waren er 444.000 ‘horekaffers’, in 2025 zijn er naar verwachting 540.000 aan het werk. De laatste tijd vestigt zich steeds meer horeca in stedelijke centra. Die neemt de plaats in van de verdwenen winkels, met de kans van lokale overdaad. Ook die bedrijven zitten verlegen om personeel.

 

Het tekort remt ook groei. Uit een rapport van ABN Amro blijkt dat het aantal vestigingen in de horeca groeit, maar dat zelfstandige restaurants minder hard groeien dan grote ketens, zoals McDonald's of Domino's Pizza. "Grote ketens zijn beter toegerust dan kleinere ondernemingen om personeelstekorten op te vangen, bijvoorbeeld door het bieden van opleidingen en hogere salarissen," zegt econoom Sonny Duijn.