We hebben 61 gasten en geen leden online

Unieke bezoekers

4252335
Vandaag
Gisteren
Deze week
Tot en met vorige week
Deze maand
Vorige maand
Alles vanaf 13-11-2012
355
2861
11363
4228580
32980
59633
4252335
Uw IP 54.226.41.91
Server Time: 2018-01-20 04:13:03

Vlaamse wijn geen hobby

Eigen wijnstijl biedt toekomst


Wil de Belgische wijnbouw zich verder ontwikkelen tot een economisch duurzame sector, dan zijn er nog enkele aspecten waarop vooruitgang kan worden geboekt. In de eerste plaats moet de opbrengst per hectare omhoog. Verder zou ook de gemiddelde perceelgrootte en de schaalgrootte van de wijnbedrijven moeten groeien om investeringen in automatisering te kunnen verantwoorden. Dat zegt Kris Vandenwyngaert van het Vlaamse Kennis- en Onderzoekscentrum Wijnbouw . “En onderschat ook een sterke marketing niet.”

 

Het cliché dat wijnbouw in Vlaanderen een hobby is voor wijnliefhebbers met een goed gevulde spaarrekening is hardnekkig, beseft ook Vandenwyngaert. Eerder legde hij uit dat de Vlaamse wijnbouw sinds de jaren 80 en 90 een heuse revival kent met een flinke groei van het wijnbouwareaal tot gevolg. Anno 2018 nadert dat de 400 hectare.

“De jaarlijkse groei is moeilijk in te schatten, want als ik vandaag een wijnstok plant dan verschijnt die pas over drie à vier jaar, wanneer de eerste druiven geoogst worden of de wijn klaar is, op de radar”, nuanceert Vandenwyngaert. “Maar ik contacteer binnen- en buitenlandse stokkenverkopers om een idee te krijgen hoe snel ons areaal zich uitbreidt. Ik schat dat er in heel België jaarlijks zo’n 40 hectare bijkomt. Opvallend is dat ook in Wallonië de laatste jaren het aantal wijngaardenl flink groeit. Niettemin ligt zo’n 70 % van het Belgische wijnbouwareaal in Vlaanderen.”

Dat wat de territoriale omvang betreft, maar wat met het financiële plaatje? “Ik moet het cliché dat er met wijnbouw nog niets te verdienen valt toch meteen nuanceren, want er zijn wel degelijk verschillende Vlaamse wijnhuizen die er dankzij voortreffelijke wijnen en een verzorgde marketing iets aan overhouden”, aldus Vandenwyngaert. “Anders zouden zij het zo lang niet volhouden. Toch kan de rendabiliteit nog omhoog.

 

Achterhaald

In de eerste plaats moet er meer opbrengst per hectare komen, vindt Vandenwyngaert. “Mét behoud van dezelfde kwaliteit natuurlijk. Hier op het proefveld haalde ik vorig jaar bijna 85 hectoliter per hectare, een stuk meer dan de 35 à 45 hectoliter per hectare bij vele Vlaamse wijnbouwers. Dat is vaak kunstmatig laag en is een gevolg van de Franse knowhow die hier destijds geïmporteerd is. In Frankrijk gold lange tijd de regel: hoe minder opbrengst, hoe beter de kwaliteit. Dat is achterhaald en stamt nog uit de tijd dat alle loofwandwerkzaamheden manueel moesten gebeuren. Iedere wijnbouwer probeerde toen de groeikracht te remmen omdat hij anders de loofwand niet tijdig kon bewerken en hierdoor met schimmel te kampen kreeg.”

“De regel die toen is ontstaan, is sindsdien uit zijn context gegroeid”, weet Vandenwyngaert . “Ik zit met die 85 hectoliter nog net onder de Duitse opbrengstquota, maar in de buurt van de huidige gemiddelde Franse quota. We weten nu uit vele studies dat naast het kwaliteitsverlies bij een te hoge opbrengst er zelfs een drastischer kwaliteitsverlies optreedt bij te lage opbrengsten. Er is voor iedere variëteit per klimaatzone een optimum. Eén van de vragen in ons onderzoek is dan ook hoeveel dat optimale quotum hier in onze streken precies bedraagt.”

“Wat de schaalvergroting betreft is het simpel: zolang de druiven manueel verzorgd worden zit je met een hoge productiekosten door de personeelslasten”, legt Vandenwyngaert uit. “In ons land moet je per hectare zo’n 400 tot 600 manuren rekenen, terwijl dat in het buitenland vaak maar rond de 100 à 150 ligt. Voorbeeld: Een plukmachine in loonwerk kost 6 euro per minuut, maar plukt op 45 minuten wel een volledige hectare. Wanneer je dit manueel moet doen kost dit aanzienlijk meer. Scheuten dunnen en ontbladeren is dit jaar op de proeftuin manueel gebeurd met 3 à 4 personen. Dit kostte ons meer dan 170 uren. Met een machine was dit waarschijnlijk maar enkele uren werk geweest. Maar om die investeringen in automatisering te rechtvaardigen heb je dus een zekere areaalgrootte nodig. En we weten allemaal hoe duur een lapje grond in ons dichtbevolkte land is.”

 

Grote spreiding

“Zo’n plukmachine is natuurlijk gigantisch duur, maar hoef je niet als individuele wijnbouwer aan te kopen”, aldus Vandenwyngaert. “In Duitsland vind je in elk groot wijndorp wel een loonwerker die zo’n machine koopt en op de meeste wijnpercelen de oogst voor z’n rekening neemt. Vanaf 300 à 400 hectare zijn de aankoopkosten van zo’n machine te verantwoorden, en aan dat areaal komen we in ons land ook op dit moment. Probleem is dat de geografische spreiding van de verschillende percelen – van het West-Vlaamse Heuvelland tot de Maasvallei tegen Nederland – nog te groot is. Stel, en nu droom ik even luidop, dat het wijnbouwareaal verder aangroeit tot 1.000 hectare, dan vind je misschien wel mensen die er brood in zien.”

“En dan is er natuurlijk ook nog de marketing”, besluit Vandenwyngaert. “Daarvoor verwijs ik graag naar het Belgisch bier. Dat is wereldberoemd dankzij honderden en honderden verschillende stijlen en evenveel verschillende merken. En niet zelden met een uitgesproken grafische vormgeving en een duidelijke identiteit. Je hebt enerzijds enkele grote bulkbieren van een prima kwaliteit, en anderzijds heel veel kleine brouwerijen die verrassen met speciale biertjes. Voor wijn denk ik dat dezelfde strategie mogelijk moet zijn: enkele grotere producenten die met wijnen aan een democratische prijs de Belgische wijn toegankelijk maken voor het brede publiek, aangevuld met een schare aan ‘kleinere’ wijnbouwers die allemaal hun eigen stijl en karakter hebben.”

“Op die manier heeft een wijnliefhebber een heel interessant pallet ter beschikking voor zijn verkenningstochten doorheen het Belgische wijnlandschap en dan trekken we vanzelf een veel groter, zelfs buitenlands publiek aan”, is de overtuiging van Vandenwyngaert . “Groot voordeel hierbij is dat de huidige ‘gevestigde’ wijnbouwers eigenlijk het pad in die richting al hebben geëffend. Ze werken allemaal hard aan kwaliteit en een unieke huisstijl. En precies daar ligt volgens mij het grootste potentieel voor verdere groei: ontwikkel als wijnbouwer je eigen stijl.”

(Bron: eigen verslaggeving)